De Geest Gods, de Heilige Geest, spreken, zingen, blazen op de bazuin……

 

Hoe verschillend mensen ook kunnen denken over de wijze waarop de mens is ontstaan, Genesis 1 laat er geen twijfel over bestaan waarom dat gebeurde, en Wiens wens dat was. Gods Geest, Zijn ‘Roeach’, zweefde over de wateren, en besloot de woeste en ledige massa om te vormen tot een prachtige planeet. En God zag dat het goed was, wordt er zo vaak van gezegd, dat we daar niet over hoeven te twijfelen. Ieder wezen werd geschapen ‘naar zijn aard’, maar niet de mens. God schiep de mens naar Zijn eigen beeld en gelijkenis, om te heersen over de schepping. De mens werd opgebouwd uit het stof der aarde en werd een levende ziel doordat de adem des levens in zijn neusgaten werd geblazen. Het begrip ziel staat hier voor de stoffelijke totaalheid van het aardse menselijk lichaam, niet voor een abstract geestelijk begrip. De levensgeest, de adem des levens volgens de oudere vertalingen, was de ‘Roeach’ die God in zijn neus blies. God gaf dus ook in dit opzicht iets van zichzelf aan de mens, om hem/haar het leven te geven, zo lezen we in Genesis 2.

 

Niet alleen de eerste mensen hadden Gods ‘roeach’ als levensgeest. Job zei bijvoorbeeld (Job 33:4): 'De Geest (= Roeach) Gods heeft mij gemaakt, en de adem (= Roeach) des Almachtigen doet mij leven.' Het is de “geest (= Roeach) in de stervelingen en de adem (= Roeach) des almachtigen die hun inzicht geeft”, zegt Job (Job 32:8). Gods ‘Roeach’ is het dus nog steeds die de mens maakt, die het leven schenkt, en zodanig in de mens leeft, dat die hem/haar inzicht geeft. Die levensgeest (= Roeach) is er maar tijdelijk. Na de dood van de mens gaat de menselijke levensgeest (= Roeach) weer terug naar de Eeuwige, Gods Geest (= Roeach). We horen dit bijvoorbeeld terug in Prediker 3: 21 spreken over de adem (= Roeach) van de mens, die naar boven gaat, als zijn lichaam tot stof wederkeert. De levensgeest (= Roeach) van de dieren en al het andere leven op aarde valt volgens deze tekst terug op de aarde, en keert niet tot God terug. Het sterven van zowel mens als dier wordt wel omschreven als het geven van de Geest (Genesis 6:17; 7:21), maar deze uitdrukking wordt meer specifiek toegepast op de mens. Dit vanaf de dood van Abraham. We lezen in Genesis 6:17: “En Abraham gaf de geest en stierf.”

 

Er is vaak gezegd dat het bekende geboorteverhaal van Jezus Christus in het Evangelie van Lucas een typisch Grieks verhaal is. Een God die een kind verwekt bij een aardse vrouw, dat zou zo passen in de Griekse mythologie. Als we het Evangelie van Lucas openslaan, en we houden rekening met het Joodse mensbeeld, vanuit de Joodse Roeach-theologie, dan is er niets Grieks aan. Het is de Heilige Geest (= Roeach) die de mens doet leven, die volgens Job ieder mens het leven schenkt, en het is dan ook volkomen logisch en volkomen Joods gedacht dat Maria alleen maar zwanger kon worden doordat de Heilige Geest (= Roeach) over haar kwam. Wie zou anders dit leven in haar schoot kunnen verwekken? Het wonder van de geboorte van Jezus zit hem dan ook niet in de werking van de Geest (= Roeach), maar in het feit dat hier het normale menselijke samenzijn door een pure werking van deze Geest (= Roeach) eenmalig helemaal wordt uitgeschakeld.

 

Het is telkens weer de Heilige Geest van God die het leven schenkt, bij ieder mens, in de vorm van diens levensadem, en het bij zijn/haar sterven terug ontvangt. Op Joodse graven zien we dan ook nog wel eens de wens uitgesproken dat men de overledene verenigd mag zien met de Eeuwige. Het gaat dan om enkele letters, die staan voor een spreuk: TNSBH (= Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven). Het sluit nauw aan bij wat we in 1 Samuël 25: 29 lezen, waar Abigaïl tot David spreekt: “Mocht ooit een mens zich opmaken om u te vervolgen en u naar het leven te staan, dan zal de ziel (= Roeach) van mijn heer gebonden zijn in de bundel der levenden bij de Heere, uw God, maar de ziel (= Roeach) uwer vijanden zal Hij wegslingeren uit de holte van de slinger”. Een duidelijk uitgesproken verwachting van een terugkeer van de menselijke levensgeest (= Roeach) naar zijn schepper, en een eveneens duidelijk uitgesproken verwachting van verwerping van de levensgeest van de onrechtvaardigen.

 

‘Roeach’ is levensgeest, geest, ziel in geestelijk perspectief, adem, levensadem, maar ook wind. Diverse malen zien we in het Oude Testament de ‘roeach’ in de betekenis van ‘wind’ God vertegenwoordigen. Nadat Adam en Eva van de verboden vrucht hadden gegeten openbaarde zich God aan hen ‘in de avondkoelte’ (Genesis 3:8), in een verkoelende bries. Een goddelijke wind, die het volk Israël beschermde bij de uittocht uit Egypte. Want ‘door het geblaas van Uw neus’ werd het water van de zee opgestuwd, zodat het volk over een droge bedding weg kon trekken, terwijl ‘Gij met Uw wind’ vervolgens de wateren weer terug blies, over de vervolgers, de Egyptische troepen (Exodus 15: 8 t/m 10). Als vervolgens de wetgeving plaats vindt, constateert men op en rond de berg Sinaï geen goddelijke wind, maar wel doorlopend een geluid ‘als van een sterke bazuin’ (Exodus 19 en 20). Een hard geblazen dierenhoorn. Hoe klinkt een sterke wind? Als het blazen op een hoorn, zeiden de oude Europese volkeren. Ze hoorden hun goden in de joelende storm, en imiteerden dat door op grote runderhoorns te blazen. Zo zien we ook bij de Sinaï de Roeach, de goddelijke Geest, niet in een geconstateerde wind, maar in het geluid daarvan. Het is en bleef tevens geheimzinnig, hoe dat zat met de wind. Jezus zei (Johannes 3:8): “De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; also is een iegelijk, die uit de Geest geboren is.” Ook de werking van de Geest (= Roeach) in de mens was iets geheimzinnigs, net als de wind (= Roeach), die men wel hoorde, maar niet zag. De machtige wind, de machtige Roeach, waarvan Jesaja zei: “Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des Heeren daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.” En hoe klonk de wind? Als een bazuin….

 

Roeach is wind, geest, Heilige Geest, goddelijke Geest, levensgeest, adem. In dat opzicht is ‘Roeach’ veel breder dan ‘Pneuma’, het woord voor geest, Heilige Geest, dat we in het Nieuwe Testament vinden. Waar een dergelijke ‘roeach’ is, is de Heer zelf op de aarde aanwezig, in de vorm van zijn Heilige Geest (= Roeach). We vinden binnen het begrip ‘Roeach’ behalve wat een ‘basisgeest’ zouden kunnen noemen ook een bijzondere bezieling met de geest. In de één lijkt meer geest aanwezig te zijn dan in de ander. De één heeft alleen de levensgeest, de ander krijgt van de Heer op een gegeven moment, onder bijzondere omstandigheden, extra geest zouden we kunnen zeggen, en daarmee extra talenten. Het wordt taalkundig verwoord door aan het woord ‘geest’ nadrukkelijk de Goddelijke betrokkenheid te koppelen. De Farao erkende al een bijzondere kracht van Gods Geest in Jozef (Genesis 41:38), toen deze de droom van de Farao uitlegde. In Exodus 31:3 vinden we voor het eerst het vervuld zijn met de Geest Gods gekoppeld zijn aan verstand, kennis en handvaardigheid. Vanaf Richteren 3:10 vinden we de uitdrukking “Geest des Heeren”, welke over mensen kon komen. Zo zien we in het Oude Testament onder de noemer “Roeach” (Geest Gods, Geest des Heeren) al terug, wat in het Nieuwe Testament de Heilige Geest wordt genoemd.

 

In Handelingen 2 vinden we een citaat van de profeet Joël: “En het zal zijn in het laatste der dagen zegt God. Ik zal uitstorten van mijn Geest (= Roeach) op alle vlees” Die uitstorting van de Heilige Geest heeft dan net plaats gehad, als Petrus deze tekst aanhaalt. Hoe dat was? “En er geschiedde haastelijk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldige, gedreven wind…….” lezen we. Ook de uitstorting van de Heilige Geest (= de oudtestamentische Roeach) ging dus gepaard met de beleving als van een wind. Hoe klonk “een geweldige, gedreven wind” ? Zoals we zagen, klinkt dit als het blazen op een bazuin. Zo komt, via de lijn van de ‘Roeach’ de uitstorting van de Heilige Geest van Handelingen 2 tot ons als een nieuwe Sinaï-ervaring, waarin de mens opnieuw een intense ontmoeting met God doormaakt, en door Zijn kracht verder kan. De evangelist Johannes brengt het verhaal dicht bij de schepping van de mens, als hij de uitstorting van de Heilige Geest op de discipelen al plaats laat hebben op de opstandingsdag. Jezus verschijnt aan hen en zegt: “Ontvang de Heilige Geest”, terwijl hij op hen blaast. Zoals de Schepper de levensadem (= Roeach) inblies in de eerste mens, blies Jezus met Zijn adem de Heilige Geest (= Roeach en Pneuma) in, als teken van een nieuw leven met Hem.

 

Binnen dit wereldbeeld, binnen deze voorstelling van een mens, van leven, van Gods Geest, is het heel opvallend wat er gebeurt als we spreken van de Heer, als we zingen, of als we blazen op de sjofar, de bijbelse bazuin. De geblazen bazuin is steeds het symbool van het nieuwe begin dat de Heer altijd en overal met de mens wil maken, en tevens het symbool van Zijn aanwezigheid. Het woord ‘blazen’ vinden we dan ook diverse malen vermeld in combinatie met de bazuin. Opvallend is dat het werkwoord zelden gekoppeld is aan de bijbelse trompet. Als we de bazuin- en trompettradities uit het Oude Testament doortrekken tot in het Nieuwe Testament, zien we dat in het laatste enkele malen niet juist vertaald is. Corrigeren we dit, dan komen we in de bijbel in totaal op 71 teksten waarin sprake is van de bazuin, en 34 teksten waarin sprake is van de bijbelse trompet. Als we letten op de veelzijdige uitleg van het begrip ‘Roeach’, dan valt op dat 40 maal de bazuin genoemd wordt in combinatie met een vorm van het werkwoord blazen (blazen, blaast, blies, bliezen, geblazen), en slechts vier maal de trompet hieraan wordt gekoppeld! Nu is het wel zo dat er veel meer bazuin-teksten zijn dan trompet-teksten, en in het trompet-hoofdstuk Numeri 10 wordt ook meerdere keren over blazen gesproken zonder dat steeds direct de trompet wordt genoemd, maar dan nog is de verhouding scheef. Er is dan ook een duidelijke band tussen de werking van de Roeach en de bazuin, terwijl er slechts een geringe of onbeduidende band is tussen de Roeach en de trompet, als we letten op de manier waarover de bijbel erover spreekt.

 

Interessant is ook te zien hoe het werkwoord ‘blazen’ verder nog gebruikt wordt in de bijbel. In 60 bijbelteksten vinden we een vorm van het werkwoord ‘blazen’. In 49 daarvan heeft dit blazen steeds weer te maken met de bazuin, de trompet of de geest. Slechts in 11 teksten staat dit dus los van de werking van de Roeach, en is het gekoppeld aan fysieke beeldspraak, zoals het in Spreuken regelmatig genoemde ‘leugens blazen’ (o.a. Spreuken 6:19) en ‘het vuur ergens over blazen’ (Ezechiël 22:21). Dit maakt het werkwoord ‘blazen’ iets bijzonders. Als er geblazen wordt, is de kans heel groot dat het iets met de werking van de Roeach te maken heeft! In één tekst zien we de bazuin behalve met het werkwoord ‘blazen’ ook letterlijk verbonden met het woord ‘geest’. Er is dan sprake van een bijzondere vervulling met de Geest, dus geen ‘basisgeest’, levensgeest, maar de Heilige Geest.

 

Richteren 6: 34:

 

“Toen toog de Geest des HEEREN Gideon aan, en hij blies met de bazuin, en de Abi-ezrieten werden achter hem bijeengeroepen.”

 

We kunnen voorgaande gegevens negeren. We kunnen het als vanzelfsprekend terzijde schuiven, als gesproken wordt over het blazen op de bazuin. Hoe zou je er anders geluid uit moeten krijgen? Over geluid gesproken: er is in de bazuin-teksten ook 20x sprake van het geluid van de bazuin. We zagen al dat het geluid van de bazuin te koppelen is aan het zelfde geluid dat een sterke wind maakt, en kwamen zo op een hoorbaar voorgestelde Roeach. We zagen dat het uitblazen van de laatste adem benoemd wordt als het geven van de geest (= Roeach). Het is dan ook voor de hand liggend om ook bij een uitdrukking als ‘blazen op de bazuin’ eveneens de koppeling naar de Roeach te leggen. Wat gebeurt er eigenlijk bij het blazen van de bazuin? De mens gebruikt de door Gods Geest (= Roeach) gegeven levensgeest (= Roeach) en Heilige Geest (= Roeach) die (na een bijzondere vervulling) in hemzelf is, in de vorm van adem (= Roeach), om de aanwezigheid van Gods Geest (= Roeach) en de Heilige Geest (= Pneuma, Roeach) aan te geven. Daarmee is de mens even een verlengstuk van Gods Geest (= de Roeach) zelf, een vertegenwoordiger van de Heer, en valt er op dat moment even met samen, doordat zijn Roeach, deel van de Heilige Roeach van de Heer, het geluid opwekt waardoor de Roeach, de goddelijke Geest, zijn aanwezigheid in de bijbel kenbaar maakte: het geluid van een sterke wind, en als van een bazuin. Dit geldt natuurlijk allen als er geblazen wordt door een rechtvaardige, en niet door een verworpene.

 

Binnen dit oudtestamentische én nieuwtestamentische perspectief, is het blazen op de bazuin iets heiligs. Iets gewijds. Iets wat je niet zomaar doet. Het is dan ook begrijpelijk dat binnen hedendaags Joods perspectief het blazen op de sjofar gebonden is aan diverse leefregels. Het is dan ook niet meer dan logisch dat we binnen hedendaags christelijk perspectief eveneens zorgvuldig met de bazuin omgaan, en zoeken naar vormen die passen bij de heiligheid van het moment.

 

Maar binnen dit denken is ook het spreken over de Heer, en het zingen van Zijn gemeente geen zaak van ons mensen alleen. We zijn door Hem gewilde mensen, levend door Zijn levensgeest, ademend door Zijn levensgeest, en ons spreken en zingen kan alleen door deze levensgeest. Het is deze Geest die ons bewust maakt van Gods hogere plan met de mens en de wereld. Het is deze Geest die ons aanstuurt in het werken in Zijn schepping. Het is deze Geest die ons kracht geeft om werkzaam te blijven. En het is deze Geest die onze woorden helpt vormen, als we in onze samenkomsten met geloofsgenoten in spreken en zingen ons geloof belijden. Het is de “geest (= Roeach) in de stervelingen en de adem (= Roeach) des almachtigen die hun inzicht geeft”, zegt Job (Job 32:8).

 

Albert Metselaar

Interkerkelijk Pinksterfeest Drenthe